haiku´s

woningnood , nee toch

of je hebt ’n huis, of niet

de slak kroop weer voort

ik fiets op m’n fiets

de nacht in, de ochtend uit

’s middags doe ik niets

viet nam  en hij gaf

zich volledig aan zijn geest

ze werden vrienden

vandaag is het niks

maar hopelijk morgen wel

en anders maar niet

wat ik mij afvraag

heb ik de griep of is het

dat de griep mij heeft

een briljante dag

ik heb een bril op mijn neus

hij zit gevleugeld

ik moet nu kiezen

geen tanden , vroeg de tandarts

nee, doe maar wortels

je bent als de maan

volop in de schijnwerpers

en toch zo gewoon

de haan kukelde

onderuit en de kippen

kakelden ronduit

een zwart biggetje

staat naast ons huis te knorren

ze heet suzuki

de kliniek stond leeg

haar hoofd was hartstikke vol

vol met mist en waas

die ene cactus

was vandaag erg prikkelbaar

ze kreeg geen aandacht

ik verhuis mijn zoon

nog ’n grote doos scoren

daar past hij wel in

de kliniek was vol

daar stond ze met haar koffer

en gooide hem leeg

het wordt spik en span

eerst m’n pc opschonen

en dan de w.c.

het gele trapje

in de snikhete zeezon

snakt naar een lik lak

de mondhygiënist

knarsetandde toen hij zag

hoe zijn gebit was

het miezert iet wat

in mijn hoofd en daarbuiten

gaat het weer tekeer

m’n knie is op slot

om m’n enkel zit een band

en geen sleutel past

staar en zie hem staan

een blinde die zich verkijkt

op z’n hond en stok

tweeëndertig jaar

getrouwd en nog steeds kijken

we naar elkaar uit

ik zwierf als een steen

in de zoutwatertranen

van mijn eigen zijn

de zon ging onder

in het water en werd nat

de maan dreef eraan

  al ruim twee weken

heb ik last van een bultrug

nu gaat het wel weer

  de koekoek koekoekt

en de beul fluit een deuntje

ieder leeft zijn leed

  drie februari

morgen wordt het de vierde

en vijf komt daarna

  aan water gebrek

las ik in de ochtendkrant

en het regende

  ik heb m’n tenen

in de zon laten liggen

nu zijn ze verbrand

  m’n goudvis verdronk

straks is er een stille tocht

zwem je dan ook mee

 m’n hond is kreupel

ik voel me ook geen kievit

dan doen we kalm aan

  scheer je weg riep hij

met hangsnor en stoppelbaard

ik dacht hetzelfde

  vlak bij de vloedlijn

ontmoet je vreemde wezens

denkt ook de ander

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.